De middeleeuwen in Brabant  

De middeleeuwse wolbewerking in een aantal stappen
door Toon Reurink

5e stap - Weven terug volgende

Het inslaggaren werd op kleine spoelen gewonden, het garen voor de schering op grote bobijnen. Deze werden in een rek geplaatst. Groepen draden werden van uit het klossenrek over de pennen van het scheerraam, een houten kader met houten pennen op de verticale zijden, gewonden. Het aantal draden is afhankelijk van de fijnheid en van de breedte van het weefsel. Het winden van de draden in de ene richting over het scheerraam heette ganc, in de andere richting sprak men van een sterre. Een gebont bestond uit een vast aantal sterre en een schering uit een vast aantal gebont , afhankelijk van de fijnheid en de breedte van het laken. Het is niet duidelijk wanneer de scheermolen het scheerraam heeft vervangen. In de oudheid en de vroege middeleeuwen werd in West- en Noord Europa de verticale weefstoel met gewichten gebruikt. Maar in de 12de en 13de eeuw lijkt deze door de horizontale weefstoel met trappers te zijn vervangen. Het opzetten van de schering of ketting op het weefgetouw is een tijdrovend en zeer precies werk. De kettingdraden worden aan een zijde om de kettinghoom gewikkeld, door de hevels van de schachten en door het weefriet getrokken, en aan de andere zijde aan de doekboom bevestigd. Door het indrukken van een van de trappers van het weefgetouw worden een of meerdere schachten naar boven of naar beneden getrokken. Door de opening van de twee opengetrokken lagen ‘sprong’, (in België noemt men dit ‘gaap’) wordt de spoel met de inslagdraad geworpen. Het weefriet houdt de kettingdraden op de juiste afstand van elkaar en dient tegelijk om de inslagdraden aan te drukken. De weefstructuur hangt af van de manier waarop de kettingdraden door de hevels van de schachten zijn geregen. Het eenvoudigste weefsel is effenbinding, waar slechts twee schachten voor nodig zijn. Heel vaak is het laken in een "keper drie binding" geweven, die drie schachten vergt. Voor ingewikkelde keperstructuren zijn ook vier of meer schachten nodig. De breedte van een laken lag meestal tussen 2 en 3 el. Bredere stoffen zijn voor één wever moeilijk te weven, het gooien van de inslagspoel van de ene naar de andere kant en dan weer opvangen is bij brede stoffen ondoenlijk. Voor brede stoffen werkten twee wevers samen, elk aan één zijde van het weefgetouw. Fijne stoffen hebben 20 tot 30 kettingdraden per cm. Een vaak voorkomend probleem bij het weven is het breken van een kettingdraad. Dit moet snel opgevangen worden, anders ontstaan er strepen over de hele lengte van het weefsel. De wevers konden in de verleiding komen zulke ongelukken niet te herstellen daar deze fout na het vollen en ruwen niet meer zichtbaar is. De gebroken draad blijft wel een zwakke plek in het weefsel. Zelfkanten (eggen), begin en einde van het laken, zijn zeer belangrijk. Begin- en eindboord van een laken werden dan ook met ander garen geweven. De lengte van een stuk laken was vastgelegd volgens de gildenvoorschriften zodat een uniforme maat en kwaliteit voor alle afgewerkte stukken van een gegeven type verzekerd kon worden. Een weversteken werd in de boord verwerkt. De zelfkanten hadden ook vaak draden van afwijkende kleuren die als code voor bepaalde kwaliteiten dienden. Na het weven werd het laken gecontroleerd op maten, gewicht en fouten en indien goedgekeurd, van een lakenlood voorzien.

Na het weven moest het laken gecontroleerd worden op fouten. Speciaal hiervoor opgeleide vrouwen/meisjes knepen de propjes of noppen weg en herstelde de gaatjes of draadbreuk (noppen/stoppen).
 
Weven aan een zesschachts weefgetouw (links), het voorbereiden van de schering en een scheringbord (midden), het opwinden van de inslagspoelen (rechts). Naar een manuscript, Codex G 301 in de Biblioteca Ambrosiana (Milaan), 1421 (Roux 1994, 126). (klik voor een uitvergroting)
Detail van een liggend weefgetouw. (klik voor een uitvergroting)
Weven met twee personen op een liggend weefgetouw. (klik voor een uitvergroting)
Detail van een liggend weefgetouw. (klik voor een uitvergroting)
Een tweepersoons weefgetouw. Naar het Keurboek van Ieper (B), 1363, (Nyberg 1975, 56).  (klik voor een uitvergroting)