De middeleeuwen in Brabant  

De middeleeuwse wolbewerking in een aantal stappen
door Toon Reurink

3e stap - Kammen terug volgende
Kammen is een verder doorgevoerde bewerking dan kaarden. Niet alleen worden de wolvezels door deze bewerking parallel aan elkaar gelegd maar wordt de korte onderwol (kammeling) gescheiden van de langere wol. Het kammen gebeurde met twee kammen die verwarmd werden in een pot of pan met warm water (In Engeland had men er een speciaal oventje voor dat werd gestookt met houtskool). De kam werd gemaakt van hout en bezet met lange stalen pinnen in twee of drie rijen. Door het kammen werden de wolvezels goed parallel gelegd en werd de korte onderwol (kammeling) gescheiden van de
Het kammen schematisch weergegeven. (klik voor een uitvergroting)
langere middenwol. De langere middenwol werd dan gesponnen met de hangende spil, een stokje met onder aan de spinsteen. Garen gesponnen met de hangende spil kon zeer fijn zijn en was sterker getwist dan het garen gesponnen met het grootwiel. Kettinggaren werd rechts om gesponnen (Z twist). In Temse en Ieper werden verboden uitgevaardigd voor het spinnen en de
twistrichting, geen kettinggaren met het grootwiel en geen S twist. Tot 1471 komen in de Bossche keuren geen aanwijzingen voor over de voorbereiding van de garens. Wel zijn er bepalingen ten aanzien van de kamsters, zij mag niet kammen als het hard vriest en de wevers niet kunnen weven, zij mag niet meer dan twee partijen wol in huis hebben en moet de eerste partij geheel klaar hebben alvorens ze aan de tweede partij begint. Als de kamster in loondienst werkt dan mag zij niet tegelijk laken produceren, ze mag de wol ook niet opbinden (voorspinnen) maar moet ze gekamd naar het huis van de drapenier terugbrengen. Er wordt voorgeschreven dat ze de wol bestemd voor breed zegellaken minimaal zesmaal moet kammen en voor de middelste keur vijfmaal . Als ze kamt met een kammet beschadigde tanden dan kan ze beboet worden, ze mag geen weegschaal of gewichten in huis hebben. Zij kan en mag dus niet controleren hoeveel wol zij na het kammen overhoudt. Het zijn voorschriften om bedrog of diefstal tegen te gaan. De controle op de kaarden en kaardenborden werd gedaan door de bollaerts, dit zijn personen aangewezen door de vier zegelaars van de draperie. De bollaerts controleerde b.v. of de tanden van de kaarden niet beschadigd of te kort waren, opdat de wol niet beschadigd zou worden. Na het kammen trekt men de zo verkregen wol tot lont. Deze lontwol moet als ze tegen het licht wordt gehouden er zeer schoon uit te zien. Zulk lontwol laat zich uitermate gelijkmatig en glad spinnen zodat het nu verkregen garen zeer geschikt is voorscheringdraad (Waerp).
 
Wol kammen. Naar een manuscript uit het British Museum, late 13e, begin 14e eeuw (Teal, 1979, 9). (klik voor een uitvergroting)
Isaac Claesz. Van Swanenburg, Leiden 1537-1614 Leiden
Het kammen van de wol; 1594-1596. (klik voor een uitvergroting)
Wol kammen. In een pot met water staat een tweede set – geen overbodige luxe. Naar een manuscript uit het British Museum, late 13e, begin 14e eeuw (Teal, 1979, 9). (klik voor een uitvergroting)
Wolkammen, waarschijnlijk uit de middeleeuwen. Daar onder een reconstructie en spinsteentjes (Moesgård museum, Denemarken). (klik voor een uitvergroting)