De middeleeuwse wolbewerking in een aantal stappen door Toon Reurink
2 stap - Kaarden
Voor het spinnen van bijvoorbeeld inslaggaren (Strijkgaren/Wevel) zal de wol nu gekaard moeten worden. Het kaarden van wol werd gedurende de 14de eeuw in de Vlaamse centra geïntroduceerd. Het kaarden zorgt voor een goede menging van de wol en ordent tevens de vezels. Wol op deze wijze bewerkt spint erg prettig en gelijkmatig. De vezels worden dus enerzijds door het kaarden verdeeld en anderzijds tot een nieuw geheel samengevoegd. Het eind product is een rol waaruit direct gesponnen kan worden of anders eerst tot lont getrokken en dan spinnen, dit laatst proces geeft een gladdere draad.
Bij het kaarden moeten we zorgen dat we niet teveel vezels tegelijk proberen te kaarden, we zouden alleen de bovenliggende wolvezels kaarden.