De middeleeuwen in Brabant  

De middeleeuwse wolbewerking in een aantal stappen
door Toon Reurink

Inleiding
Dit artikel is gebaseerd op een 28 pagina's tellende reader, behorende bij een cursus met gelijknamige titel. De belangrijkste stappen zoals in de middeleeuwen gebruikelijk in de wolbewerking worden hier uit de doeken gedaan. Wie denkt dat het simpelweg ging om weven en verven, voordat de stof naar de kleermaker ging, komt bedrogen uit. Naast de bekende voorbereidingen en het spinnen wordt ook uitgelegd over één van de meest smerige beroepen uit de geschiedenis: het vollen, een ambacht dat voortleeft in de benaming "kruikenzeikers" voor Tilburgers.
Voorbereidingen voor weven
1e stap - Voorbereidingen voor weven
Als een schaap geschoren is, wordt de wol uit de vacht gesorteerd. De schouderwol is de beste kwaliteit, de flanken achter de schouders geeft de 2e kwaliteit. De derde kwaliteit komt van een smalle strook op de rug; rond de nek geeft de vierde kwaliteit. Poten en buik is echt de slechtste 5e kwaliteit. Rond de aars zit wol die ook wel brandwol wordt genoemd, wol die veel met urine en mest in contact komt... lees meer
Kaarden
2e stap - Kaarden
Voor het spinnen van bijvoorbeeld inslaggaren (Strijkgaren/Wevel) zal de wol nu gekaard moeten worden. Het kaarden van wol werd gedurende de 14de eeuw in de Vlaamse centra geïntroduceerd. Het kaarden zorgt voor een goede menging van de wol en ordent tevens de vezels. Wol op deze wijze bewerkt spint erg prettig en gelijkmatig. De vezels worden dus enerzijds door het kaarden verdeeld en... lees meer
Kammen
3e stap - Kammen
Kammen is een verder doorgevoerde bewerking dan kaarden. Niet alleen worden de wolvezels door deze bewerking parallel aan elkaar gelegd maar wordt de korte onderwol (kammeling) gescheiden van de langere wol. Het kammen gebeurde met twee kammen die verwarmd werden in een pot of pan met warm water (In Engeland had men er een speciaal oventje voor dat werd gestookt met houtskool)... lees meer
Spinnen
4e stap - Spinnen
Het spinnen blijkt bijna uitsluitend door vrouwen te zijn verricht. De eigenschappen van een schering en inslagdraad zijn in een weefselstructuur verschillend. Met een spinspoel, een stokje met een vliegwiel, worden de losse vezels in elkaar gedraaid tot garen. De spinster laat met de ene hand de spoel draaien en voert met de andere hand de vezels aan om garen van gelijke dikte te spinnen... lees meer
Weven

5e stap - Weven
Het inslaggaren werd op kleine spoelen gewonden, het garen voor de schering op grote bobijnen. Deze werden in een rek geplaatst. Groepen draden werden van uit het klossenrek over de pennen van het scheerraam, een houten kader met houten pennen op de verticale zijden, gewonden. Het aantal draden is afhankelijk van de fijnheid en van de breedte van het weefsel... lees meer

Vollen

6e stap - Vollen
De lakens werden in een mengsel van rotte urine en boter urenlang met de voeten betreden, daarna werden ze verschillende malen gespoeld. Het doel van het vollen was het laken een viltig uitzicht te bezorgen en het tot de gewenste afmetingen te laten krimpen. Onder invloed van vocht en warmte heeft wol de eigenschap om samen te klitten en te krimpen. Het vollen gebeurde eerst... lees meer

Verven

7e stap - Verven
De wol kan geverfd worden in de vacht, na het spinnen of na het weven. Het beste resultaat verkrijgt men door de wolvacht te verven, maar men kan ook de woldraad of het weefsel verven Soms was het verboden om het laken te verven voor de laatste stap, het uit rekken op de spanramen Als de zelfkanten een andere kleur hadden, had de klant tenminste de garantie dat de vezel of draad vóór het weven was geverfd... lees meer

Laatste stap...

8e stap - Laatste stap...
Na het vollen en het scheren werd het laken weer bevochtigd en opgespannen in lange ramen die dikwijls in openlucht opgesteld stonden. De ramen waren even lang als het volledige laken en konden zowel vertikaal als horizontaal vergroot worden. Op deze wijze kon een laken dat na het weven 44 el mat en dat tijdens het vollen tot 38 el gekrompen was, weer tot 41 el uitgetrokken worden... lees meer

 
Brabant en Vlaanderen waren in de middeleeuwen bij uitstek “schapenlanden”, hier een Kempisch heideschaap.
Brabant en Vlaanderen waren in de middeleeuwen bij uitstek “schapenlanden”. Dát was de business hier. Wol is een dierlijke vezel, voornamelijk afkomstig van schapen. Volgens archeologische vondsten, bekend en in gebruik bij de mens vanaf de jonge steentijd. Wol geeft een goede warmte- en vooral koude isolatie voor het lichaam. De wol onderscheidt zich van de plantaardige vezels door haar grote rekbaarheid.
In de middeleeuwen was het verwerken van ruwe wol tot textiel erg arbeidsintensief. De textielwerkers, onderverdeeld in diverse ambachten, moesten zeer kundig zijn. Vrijwel elk ambacht had zijn eigen Gilde die de gehele procesgang in de gaten hielden en keuren uitbrachten. Veel regels dus en vooral kwaliteitscontrole met niet mis te verstane boetes bij overtreding.
Vooral in de middeleeuwen nam het aantal hoornloze schapen toe. Dit soort schapen werd vooral gehouden om de melk, de wol, het vlees en het vet. Het blijkt niet mogelijk het ras te bepalen, waartoe de middeleeuwse schapen hebben behoord, maar een type kan wel worden beschreven. Het totale middeleeuwse skeletmateriaal wordt gekenmerkt door relatief lange, smalle botten. De kenmerken van de schedels en van de onderdelen van de poten vertonen overeenkomsten met die van recente heideschapen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de middeleeuwse schapen in absolute zin kleiner zijn dan de hedendaagse.
In de middeleeuwen werd er van schapenwol zogenaamd “laken” geproduceerd. Pas vanaf de 14e eeuw werd er veel ruwe wol uit bijvoorbeeld Engeland geïmporteerd, waarschijnlijk vanwege de goede kwaliteit en omdat de lokale aanvoer te gering was. Ook Spaanse merinoswol was bekend. Over het algemeen werd er zo aan het einde van de middeleeuwen Engelse wol gebruikt voor de luxe stoffen en de Spaanse wol voor de goedkopere stoffen. In de 16e eeuw bereikte de wolproductie een dieptepunt. Met de industrialisatie en de enorme uitbreiding van de internationale handel, eeuwen later, komt er pas weer een opleving.