De middeleeuwen in Brabant  
De kerk in Eindhoven
door Jan Brouwers
Het bisdom Luik, met de stippellijn de huidige grenzen van Noord-Brabant en Nederlands Limburg. TIP: Beweeg op de kaart om meer te weten te komen of zoom in (rechterknop).
Bisdom en bisschop
Tot 1559 hoorde Eindhoven onder het bisdom Luik. Dat omvatte het oosten van het huidige België en het gebied van de provincie Noord-Brabant. De bisschop van Luik was daarnaast ook wereldlijk heerser over het prinsbisdom Luik, dan kleiner was dan het bisdom, ongeveer de huidige provincies Luik en Namen. In die hoedanigheid kwamen de Luikse bisschoppen nogal eens in conflict met de Brabantse hertogen. In 1213 bijvoorbeeld stonden bisschop Hugo van Luik en hertog Hendrik I tegenover elkaar in een veldslag – die overigens door de bisschop werd gewonnen. De rol van een bisschop was dus een andere dan tegenwoordig. Niet alleen omdat hij wereldlijk gezag uitoefende, maar ook omdat hij in kerkelijke zaken zijn gezag vaak moest delen met wereldlijke heersers.
Woensel en Eindhoven
Kerken werden over het algemeen niet gesticht door de bisschop, maar door een plaatselijke heerser, die ook het recht had een kandidaat voor te dragen voor benoeming tot pastoor.  Ook in Woensel was dit recht voorbehouden aan de plaatselijke heer. De pastoor van Woensel was tot 1399 ook pastoor van de kerk in Eindhoven, die toegewijd was aan de H. Catharina. In 1399 werd deze kerk verheven tot kapittelkerk. Dat betekende dat er een college van kanunniken aan verbonden werd: priesters die de eredienst in de kerk verzorgden. Het kapittel kreeg zijn geld uit verschillende bronnen.
Een van de kanunniken werd betaald door de hertog, enkele andere door de heren van Cranendonk (Bron 1). De kanunniken hadden ook functies buiten Eindhoven: een van hen was pastoor te Woensel en een ander in Tongelre (Bron 2). Eindhoven had een centrumfunctie gekregen in het gebied en dat werd nu ook in de kerkelijke verhoudingen weerspiegeld.
De kerk in het midden
De kerk stond centraal in het leven: op zondagen en op bepaalde feestdagen van heiligen moesten gelovigen de mis bijwonen. Iedereen werd gedoopt en ook de uitvaart vond altijd vanuit de kerk plaats. Het was de ontmoetingsplaats bij uitstek, want geen enkel gebouw was groot genoeg om zo veel mensen te herbergen. Officiële bekendmakingen werden aan de kerkdeur aangeplakt, er werd
De middeleeuwse Catharinakerk in Eindhoven geprojecteerd over de huidige kerk uit 1867. (klik voor een uitvergroting)
De middeleeuwse Catharinakerk in Eindhoven geprojecteerd over de huidige kerk uit 1867. De oude kerk (50 meter lang) was georienteerd op het oosten, de nieuwe (75 meter lang) niet. Arts, 2003,: Marcus van Eindhoven, 24.
vergaderd en de belangrijke oorkonden van de stad, waarin onder meer de stedelijke privilege’s waren opgetekend, werden in de kerk bewaard. Er werd recht gesproken en als er een belangrijke overeenkomst gesloten moest worden, gebeurde dat vaak in de kerk (Bron 3). De kerk zorgde ook voor de armen en ook had elke parochie een school waar kinderen lezen en schrijven leerden. In plaatsen waar een kapittel bestond, waren er vaak ook Latijnse scholen, die voortgezet onderwijs boden.
Centrale figuur in de parochie was de pastoor. Het Vierde Concilie van Lateranen in 1215 had de band tussen pastoor en gelovigen versterkt: van de wieg tot het graf moesten de gelovigen door hun pastoor begeleid worden. Hij moest er onder meer op toezien dat ze op zon- en feestdagen naar de kerk gingen en niet werkten, op de vastgestelde tijden vastten, en eenmaal per jaar biechtten en te communie gingen (Bron 4).
Doopscène, Jean Wauquelin, Lystoire de sainte Hélaine, Loyset Liédet, vóór 1467, Koninklijke Bibliotheek Albert I, Brussel. (klik voor een uitvergroting)
Alleen al het grote aantal feestdagen had ingrijpende gevolgen voor het dagelijks leven. Niet alleen de zondagen waren gereserveerd voor kerkgang en vrije tijd; er waren in het bisdom Luik ook nog eens zo’n 45 feestdagen en bovendien had elke plaats eigen feestdagen: die van de patroon van de kerk, de dag van de kerkwijding die vaak werd gevolgd door een jaarmarkt of ‘kermis’. Maar ook ieders levensloop werd bepaald door de kerk. In de dertiende eeuw had de kerk de sacramenten in de vorm zoals we die
nu nog kennen ingesteld. Elk kind ontving het doopsel, op ongeveer zevenjarige leeftijd het vormsel en de eerste communie op ongeveer tienjarige leeftijd. Vanaf 16 jaar konden katholieken in het huwelijk treden. Dit was een belangrijk instrument voor de vorming van een parochiegemeenschap. In principe moesten bruid en bruidegom namelijk uit dezelfde parochie komen. Om te trouwen met een partner uit een andere parochie was toestemming nodig van de kerk (Bron 4).
Boerenbruiloft, Pieter Breugel. Kunsthistorisches Museum, Wenen. (klik voor een uitvergroting)
De "Boerenbruiloft", Pieter Breugel. Kunsthistorisches Museum, Wenen.
Trouwen
Van de schilderijen uit de vijftiende en zestiende eeuw weten we hoe het er op een bruiloft aan toe kon gaan. Deze feesten konden dagenlang duren. Een ordonnantie uit de zestiende eeuw beperkte het aantal feestdagen tot twee en het aantal gasten tot veertig. Het is de vraag of het allemaal veel heeft uitgehaald (Bron 5).
Die feesten zijn een uiting van de ‘wereldlijke’ kant van het huwelijk, die veel ouder is dan de kerkelijke. Tot in de twaalfde eeuw was het niet gebruikelijk dat een huwelijk in de kerk werd gesloten en ook de aanwezigheid van een priester was niet noodzakelijk. Als er toch een inzegening plaatsvond, dan gebeurde dat meestal in het huis van het echtpaar. In de ogen van de kerk was het huwelijk veel minder belangrijk dan bijvoorbeeld de doop.
In de twaalfde eeuw veranderde dat: het huwelijk werd een sacrament, een plechtige handeling met een voor gelovigen bijzondere betekenis, en werd nu net zo belangrijk als de doop. Voortaan moest elk huwelijk gesloten worden door een priester.
Huwelijksinzegening op de trappen van de kerk. Bartholemy van Eyck (?) 1460-1465; Österreichische Nationalbibliothek, Wenen. (klik voor een uitvergroting)
De aangewezen plek hiervoor was voor de deuren van dekerk in het kerkportaal. Daarna volgde in de kerk zelf de huwelijksmis. Maar daarnaast bleef gedurende de Middeleeuwen het ‘clandestiene’ of ‘heymelike’ huwelijk bestaan. Daar was niets geheims aan: man en vrouw leefden samen, maar waren niet voor de kerk getrouwd (Bron 6). De kerk had veel macht in de Middeleeuwen, maar niet zoveel dat ze eeuwenoude gewoontes van de ene op de andere dag kon veranderen.
In hoeverre de praktijk in Eindhoven en omgeving de leer van de kerk volgde, is moeilijk na te gaan. Wel kunnen we zien hoe bepalingen van het concilie van Lateranen, dat in 1215 onder meer de nieuwe kerkelijke leer over het huwelijk vaststelde, werden uitgewerkt in statuten die elke bisschop afkondigde. In de statuten van het bisdom Luik staat te lezen dat mannen en vrouwen zich voorafgaand aan het huwelijk eerst moesten verloven. Dit moest gebeuren op een publieke plaats voor de kerk en in aanwezigheid van meerdere getuigen en van een priester. Ook het huwelijk zelf moest voor de kerk voltrokken worden. Intiem contact voor het huwelijk was verboden. Dat was niets nieuws. Wel nieuw was het verbod om vrouwen tot een huwelijk te dwingen. Hierin komt naar voren dat de kerk het huwelijk zag als een overeenkomst tussen twee mensen en niet als een zakelijke transactie waarbij een familie een dochter kon uithuwelijken. Een glimp van de dagelijkse praktijk vangen we op als we lezen dat de echtelieden uitdrukkelijk worden verplicht tijdens de gehele bruidsmis aanwezig te zijn. Blijkbaar ging veel pasgetrouwde stellen het na de sluiting van hun huwelijk in het kerkportaal niet de kerk in, maar begaven ze zich meteen naar het feest. Wie een clandestien huwelijk sloot of bij die sluiting aanwezig was, werd geëxcommuniceerd: verbannen uit de kerkelijke gemeenschap. Maar ook was er de mogelijkheid om zo’n clandestien huwelijk alsnog om te zetten in een kerkelijk. Deze bepalingen wijzen erop dat nog niet iedereen voor de kerk trouwde (Bron 7).
Vroomheid
In hoeverre men zich in het algemeen aan de kerkelijke regels hielden, is moeilijk na te gaan. Wel kunnen we zien hoe mensen deelnamen aan activiteiten die uiting geven aan bepaalde vormen van vroomheid. Er bestonden religieuze broederschappen en rijke mensen waren bereid te betalen voor het levensonderhoud van priesters. De Catharinakerk in Eindhoven had vijf altaren en aan elk altaar was een priester verbonden die er de mis opdroeg. Verder woonden er begijnen in Eindhoven: vrouwen die beloofden een bepaalde periode ongehuwd te blijven en in een begijnhof samen te leven. Daar konden ze blijven
Begijnhof van Kortrijk; http://www.kortrijk.be/php/data.php?f1=&f2=4727&f3=3
tot hun dood, maar ze konden ook besluiten om hun leven als begijn op te geven en te trouwen. Religieuzen in een klooster konden dat niet: zij hadden eeuwige geloften afgelegd. Daarmee stonden de begijnen niet zo geïsoleerd van de maatschappij als de kloosterorden; begijnhoven bevinden zich bovendien altijd in de stad en nooit op een afgelegen plek op het platteland. Ze hielden zich bezig met handwerk, onderwijs en ziekenzorg. Behalve een begijnhof en een kapittel was er nog een andere religieuze gemeenschap in Eindhoven, of eigenlijk in Woensel: het Windesheimer klooster Mariënhage.  Daar woonden rond 1550 ongeveer tien broeders (Bron 8).
Loden pelgrimsinsigne van St. Martin van rond 1300, waarschijnlijk uit Tours. Gevonden in 1989 bij de aanleg van de heuvelgalerie in Eindhoven. Uit: Arts 2003, 19. (klik voor een uitvergroting)
Een andere zichtbare uiting van vroomheid onder de bevolking zijn bedevaartsplaatsen.  In de veertiende eeuw werden onder meer Stiphout en Boxtel belangrijke bedevaartplaatsen. ’s Hertogenbosch werd een van de meest bezochte bedevaartplaatsen in de Nederlanden. En overal werden kerkelijke hoogtijdagen zoals Sacramentsdag, feestdagen waaraan iedereen deelnam en die werden gevierd met processies en toneelspelen (Bron 4).
Kerkbezoek was vanzelfsprekend. De gelovigen verwachtten dan ook dat de pastoor zeer zorgvuldig was in het opdragen van de mis, van het toedienen van het doopsel aan pasgeborenen en van het heilig oliesel aan ernstig zieken. Zonder deze sacramenten had de mens geen toegang tot het eeuwige leven (Bron 9). Zo beheerste de kerk het innerlijke en het uiterlijke leven van iedereen.
 
 
De middeleeuwse Catharinakerk vanaf de Ten Hagestraat. Isaac van Ostade (1621-1649) in Arts 1994. Kort na de stadsstichting (begin van de 13e eeuw) is in Eindhoven buiten het marktveld - dus buiten de stad - de Catharinakerk gebouwd.
Hertog Hendrik I. Beeldje naar aanleiding van Eindhoven 750 jaar stad in 1982.
Lust en zonde
Artist's impression van de begrafenis van Marcus van Eindhoven, rond 1300. Paul Becx. Uit: Arts 2003, 90. (klik voor een uitvergroting)
Kopjes aan consoles in mergelsteen aan de toren van Lommel. Dergelijk gotisch ornamentwerk ("handelsgotiek") werd op bestelling geleverd vanuit de groeve en verwerkt door de metselaars. Foto's: Museum Kempenland, Lommel (Strijbos 1995, 18).
Grafsteen uit 1537 van Jan van der Meijden, afkomstig uit de Sint Catharinakerk. (klik voor een uitvergroting)
Huwelijksbanket, afgebeeld in de Abdijkerk van Saint-Pierre, Moissac, Frankrijk. (klik voor een uitvergroting)
Jan van Eyck, 1434, Het huwelijk van Giovanni Arnolfini en Giovanna Cenami; National Gallery, London. (klik voor een uitvergroting)
Een troep rouwdragers treurt om de gestorven geliefde van de heer; Loyset Liédet, 1470-1480, Koninklijke Bibliotheek Albert I, Brussel. (klik voor een uitvergroting)
Muzikanten op de trap van de kerk. Breviarium van Isabella van Castillië, Vlaanderen, vóór 1497. British Library, Londen. (klik voor een uitvergroting)
De Catharinakerk van Eindhoven voor de sloop in 1860. Uit: Arts 2003, 28. (klik voor een uitvergroting)
Bron
1. Melssen, 1994, Sporen onder de Kempische stad. Archeologie, ecologie en vroegste geschiedenis van Eindhoven 1225 - 1500, 53-119
2. Bijsterveld, 1993, Laverend tussen Kerk en wereld. De pastoors in Noord-Brabant 1400-1570, 508\  50\
3. Asseldonk, 2002, De Meierij van ’s-Hertogenbosch. De evolutie van plaatselijk bestuur, bestuurlijke…, 713\  232\
4. Caspers, 2004, Geschiedenis van Brabant van het hertogdom tot heden, Het kerkelijk en godsdienstig leven van circa 1215 tot circa…
5. Vandenbroeke, 1986, Vrijen en trouwen van de Middeleeuwen tot heden. Seks, liefde…, 245\  35-36\
6. Jong, 1993, Familie, huwelijk en gezin in West-Europa. Van Middeleeuwen tot moderne tijd, 73-106
7. Ven, 2000, Miscellanea Neerlandica, 22, 787
8. Venner, 1985, Noordbrabants Historisch Jaarboek, 2, 181-198
9. Bijsterveld, 2000, Noordbrabants Historisch Jaarboek, 17-18, 91-119
10. Strijbos, 1995, Kerken van Heren en Boeren, 10