Kort
na het jaar 1200 wordt de oorspronkelijke
“Eind Hoeve” afgebroken en wordt
de nieuwe stad Eindhoven gesticht. Het initiatief
van deze stadsstichting komt van hertog
Hendrik van Brabant, die in Leuven woont.
Aanvankelijk bestaat de stad uit slechts
een rechthoekig marktveld (de huidige Markt)
met daaromheen houten huizen. Iedereen die
op het platteland in de omgeving van de
nieuwe stad woont, is voortaan verplicht
alle handel naar Eindhoven mee te nemen
en daar aan te bieden.
De
belangrijkste bron voor de handel op de
Eindhovense Markt is wol (zie ook middel- eeuwse wolbewerking). In de regio ontstaan
op de steeds groter wordende open plekken
in het bos heidevelden. Daar grazen schapen
die verwant zijn aan het huidige Kempische
heideschaap. Schapenwol is de belangrijkste
grondstof voor wollen en vilten kleding.
Boeren en herders uit de regio dienden de
wol van hun schapen te verkopen op de Eindhovense
markt.
-
In de stad wordt van ruwe schapenwol draad
gesponnen -
In
de 13e eeuw gebeurt dat nog met een eenvoudig
klosje waarin een houten stokje is gestoken:
de spintol. Door het klosje te draaien ontstaat
uit de ruwe wol een draad. Het klosje is
meestal van ingevoerd aardewerk dat op de
markt kon worden gekocht.
Pas in de 15e eeuw wordt voor het spinnen
van draad het spinnenwiel gebruikt.
Van
deze draden worden lappen stof geweven die
in kuilen op de erven achter de huizen bewerkt
worden tot een dichte vaste structuur. De
lappen stof worden na te zijn gewassen en
geverfd op de markt verkocht als lakens.
Later worden deze lakens voorzien van loodjes
waarmee de herkomst en kwaliteit wordt aangegeven.
De
Eindhovense markt rond 1225. Uit de weide
omtrek worden spullen hierheen gebracht
en verkocht. De huizen zijn nog van leem,
hout en stro. Historisch OpenluchtMuseum
Eindhoven.
Gedurende
de eerste jaren van het bestaan van Eindhoven
als stad is hout nog steeds een belangrijke
grondstof. Daarvan worden allerlei gebruiksvoorwerpen
gemaakt, zoals lepels, borden, speelgoed
en kasten. De in de stad gemaakte houten
voorwerpen worden zowel thuis gebruikt als
op de markt verkocht.
Op
de markt wordt ook aardewerk verkocht. Dit
is afkomstig uit het zuiden van Limburg
en uit het Duitse Rijnland (Paffrath, Pingsdorf).
Het zijn drink- en schenkkannen maar ook
kook- en voorraadpotten. In Eindhoven zelf,
of in de buurt, hebben nooit middeleeuwse
pottenbakkerijen bestaan. Dat is eigenlijk
vreemd, want in de bodem is er blauwe leem
die gemengd met zand goede klei oplevert
voor het maken van aardewerk.
Model
van de indeling van de erven op het
heuvelterrein rond 1250 (Arts 1994) TIP:
Zoom in door met de rechterknop ZOOM
IN te kiezen, beweeg daarna met het
handje door de kaart.
Een
van de verschillen tussen stad en platteland
is dat de huizen in de stad dicht bij elkaar
staan. In plattelandsgehuchten staan de
huizen vaak tientallen meters van elkaar.
In de stad liggen achter die eerste stadshuizen
diepe erven waarop vee wordt gehouden, fruitbomen
staan en ook aan ambachten wordt gedaan
(onder andere textiel- nijverheid –
laken maken en leerlooien). Op
het erf achter het huis bevindt zich ook een waterput van een holle boomstam.
Enkele jaren later zijn de dikke eiken-
bomen in de regio allemaal weggekapt en
worden andere putconstructies gemaakt. In
Eindhoven bestaan die latere waterputten
meestal uit enorme, in de bodem ingegraven,
wijntonnen.
De
eerste stadshuizen waren net als die in
de eeuwen daarvoor helemaal van hout, leem
en stro; niet van steen. Opvallend is wel
dat deze huizen geen bootvormige plattegrond
meer hebben, maar rechthoekig zijn. Wel
zijn ze nog
met de palen in de grond gefundeerd. De
huizen hebben binnen één grote
ruimte met in het midden
een kuil waarin vuur wordt gestookt.
In
eerste instantie zijn er 3 belangrijke
steden in Brabant: Leuven, Brussel en
Antwerpen. Rond 1200 wordt in het uiterste
noorden 's Hertog- enbosch gesticht (zie
kaart: Arts 1994).
Onge- veer 6 kleinere steden (of ze dan
al bestaan of nieuw worden gesticht is
onduidelijk) krijgen dan ook privileges,
stadsrechten dus. Eindhoven is daar eentje
van. Bestuurlijk krijgt de hertog zo meer
grip. Voor de handelaars liggen de steden
op een makkelijke dagreis van elkaar verwijderd.
Beugelen
bollen
en houten
kolenschepen,
sleger
genoemd
Als
tijdverdrijf doen de stadsbewoners van Eindhoven
aan allerlei spelletjes. Eén van
die spelletjes isbeugelen.
Het spel wordt gespeeld op een lemen baan
met daarop een ijzeren of houten beugel.
De spelers gebruiken houten of leren ballen
en het is de bedoeling om met een schop
de bollen in een rechte lijn voort te duwen
totdat deze door de beugel rolt. De tegenstander
doet er alles aan om dit te voorkomen.
Infoblad
over
beugelen
Klik
hier voor een volledige
PDF versie - lage resolutie: 387 kb