De middeleeuwen in Brabant  
Bier

Een beetje geschiedenis
Bier wordt al heel lang gedronken. Er zijn zelfs kleitabletten (4000 v Christus) gevonden waarop in spijkerschrift een brouwrecept staat. Maar wie heeft het bier eigenlijk uitgevonden? Volgens de één was het de Egyptische god Osiris, volgens de ander Cambrius, de koning van Brabant. Het zal wel per toeval ontstaan zijn, nadat men oud brood buiten had weggezet wat door regen nat werd en spontaan is gaan gisten. Het bakken van brood en het brouwen van bier, dat hing vroeger heel nauw samen.
Mede (honingwijn), een favoriete prehistorische drank, wordt vaak met bier verward. Maar deze wordt niet gebrouwen van gerst maar van honing en andere kruiden, het is meer een soort wijn.


Resten van laatmiddeleeuwse ovens of komforen, waarschijnlijk behorende bij een brouwerij uit de Tolbrugstraat in Dordrecht.
Resten van laatmiddeleeuwse ovens of komforen, waarschijnlijk behorende bij een brouwerij uit de Tolbrugstraat in Dordrecht. De maatstok is 2 meter lang. Kistemaker & van Vilsteren 1994.
Bier en water
Ieder dorp had in de middeleeuwen minstens één brouwerij, maar er werd dan ook meer bier dan water gedronken, omdat er simpelweg nog geen kraanwater was. Toch was het bier heel anders dan wat we nu kennen, een slap aftreksel, zeg maar. Zelfs kinderen dronken het. Het middeleeuwse bier was van wat wij
nu bronwater zouden noemen. Het gebruiken van het zuivere water, gevolgd door het brouwproces, zorgde ervoor dat de middeleeuwers er zeker van konden zijn dat ze niet ziek van het bier zouden worden, iets wat je van het grachtenwater van destijds niet kon zeggen. Het water was gekookt en door het gevormde alcohol was bier veel langer houdbaar. Daarbij komt dat het gezond was, een bron van vitamine B en aminozuren. Dat is nog steeds zo.
Haver, tarwe en gerst zijn belangrijke ingredienten voor bier. (klik voor een uitvergroting)
Broeder Jorg, bierbrouwer tot 1437. Nuernberg, D. (klik voor een uitvergroting)
Middeleeuws bier
Het grote verschil tussen “ons” bier en dat van vroeger is dat al het bier van ons gebaseerd is op hop en niet op gruit. Hop is pas hier gebruikt vanaf 1300. Gruit is een geheimzinnig iets, een kruidenmengsel met als hoofdbestanddeel de gagelplant, maar verder door elke brouwer aangevuld met een eigen recept van kruiden als salie, rozemarijn, duizendblad, laurier, jeneverbes, karwijzaad, anijs, dennenhars,
koriander en bijvoorbeeld zouthout. Het recht om gruit samen te stellen, vormde tot in de late middeleeuwen de grondslag van accijns op bier. Graven, hertogen en bisschoppen hadden het gruitrechtmonopolie. De gagelplant die zo veel in bier werd gebruikt in de vroege en volle middeleeuwen werd gebruikt heet officieel “Myrica gale”. Deze plant is paarsroze bloeiend en groeit op normaal vochtige en voedselrijke grond. Je vind hem nog steeds in het wild én in het tuincentrum.
Beschermheilige
Zoals elke activiteit in de middeleeuwen was er ook een beschermheilige aangewezen voor het bier brouwen, de heilige Arnoldus. Hij zag er op toe dat het brouwproces goed verliep. Eén mislukt brouwsel betekende al gauw een verlies van 400 tot 1.000 liter. Als er dan toch iets fout ging met het bier was men al snel geneigd het onver- klaarbare toe te schrijven aan bovennatuurlijke invloeden. Soms gaf men een boze heks de schuld van een mislukt brouwsel. In 1591 werd de laatste bierheks op de brandstapel terechtgesteld.
Patroonheilige van het brouwersgilde, Sint Arnoldus


Wat de middeleeuwse brouwer nog niet wist
Louis Pasteur heeft de mensheid doen inzien dat de bierheksen het slachtoffer zijn geworden van nonchalante brouwmeesters die nog nooit van hygiëne hadden gehoord. Pasteur wist gistcellen te isoleren en kreeg zo meer inzicht in het proces. Het rendement werd steeds beter en er wordt ook tegenwoordig

Bier brouwen in het museum - regelmatig te zien.
nog veel onderzoek naar het fenomeen “bier” gedaan, zoveel zelfs dat er een universitaire opleiding voor bestaat, in München. Daar geldt ook nog steeds Het Reinheitsgebot, dit houdt in dat je alleen bier mag brouwen van mout, hop, water en gist en dus niks anders mag toevoegen.

Zelf brouwen?

Maar bier brouwen zelf is niet zo heel moeilijk, je kan met huis-, tuin- en keukenmiddelen al aan de slag. De kunst van het bier brouwen blijft: om twee keer hetzelfde biertje te brouwen. Er zijn namelijk legio factoren waardoor je weer net een ander biertje krijgt. Klik hier voor een beschrijving van het bierbrouwproces.

Bron
Hans-Peter Stika (1996): Keltisches Bier aus Hochdorf, in: Jörg Biel (redactie):
Experiment Hochdorf, pp 64-75.
R.E. Kistemaker, V. van Vilsteren (1994): Bier! Geschiedenis van een volksdrank.
 
Houten model van een Egyptische bierbrouwerij uit 1900 voor Christus. RMO, Leiden (klik voor een uitvergroting)
1462, Kampen: een brouwerij in vol bedrijf. Kistemaker & van Vilsteren 1994 (klik voor een uitvergroting).
Bloeiwijze van de gagelplant. deze was het belangrijkste ingredient van gruitbier wat populair was voordat hopbier de markt overnam.
De welbekende bellen van de hopplant. Vanaf de 13e eeuw werd bier van hop steeds belangrijker in de nederlanden.
Bij het brouwen wordt het bierbeslag langzaam verwarmd. (klik voor een uitvergroting)
Door voortdurend roeren wordt de warmte gelijkmatig verdeeld en stijgt de hitte langzaam. (klik voor een uitvergroting)
Na het brouwen wordt het bier afgetapt. (klik voor een uitvergroting)
De afgetapte vloeistof is nog geen bier... (klik voor een uitvergroting)